foto: Viviane Sassen

Tommy Wieringa

(1967)

Nur Literatur:
voordrachten op Nur Literatur 7, 13 en 20

Biografie

Tommy Wieringa schreef onder andere de romans Alles over Tristan (Halewijnprijs, 2002) en Joe Speedboot (F. Bordewijkprijs, 2005). Zijn reisverhalen werden gebundeld in Ik was nooit in Isfahaan (2006). Essays en beschouwingen verschenen in de Volkskrant en NRC Handelsblad. Het werk van Tommy Wieringa wordt wereldwijd vertaald, onder meer in het Hebreeuws, het Koreaans en het Frans, Duits en Engels.


Fragment
Perron

Een onrustige wind blies de laatste flarden zomer over het perron. Onder het bord met vertragingen wachtte nog een andere reiziger, verder was het leeg. Lege perrons en het scheiden van de zomer - voor je weet denk je aan Nescio, die schreef: ‘Weer ging de dag ten einde, weer verbleekte het felle rood boven de kim, ’t water in de verte hield nog maar nauwelijks kleur, duisternis kroop alweer op uit de aarde, nu was ’t kanaal in de verte verdwenen in de nacht. Wij waren zeer droevig om alle dingen die voorbijgegaan waren en om ons leven dat eindigen moest, als al deze dingen zouden doorgaan. Nog enkele malen zouden wij de dagen zien lengen en daarna zouden wij niet jong meer zijn.’
Weemoed moet je wantrouwen, tenzij briljant opgeschreven, de droefheid over de zomer die niks weegt, terwijl de donkere seizoenen als wrokkige olifanten in de kamer staan. Elke afzonderlijke winterdag herinner je je voor altijd, terwijl de zomer een vluchtige sensatie is, alweer verdwenen voor je hem goed in je kon opnemen.
Elias Canetti schreef in zijn aantekeningen: ‘Lichtheid, zeker, is geluk. Ik buig me voor de zwaarte.’
Er ging een internationale trein voorbij die niet stopte. Boven mijn hoofd klonk een stem. ATTENTIE ER ZIJN ZAKKENROLLERS ACTIEF OP DIT STATION. LET U GOED OP UW BEZITTINGEN.
De waarschuwing werd in drie talen herhaald.
De andere man op het perron en ik keken naar elkaar. Als het waar was waar de stem voor waarschuwde, dan was hij de zakkenroller. Als de man op dat moment hetzelfde dacht als ik, dan was ík het voor wie zijn portemonnee niet veilig was. Getalsmatig klopte dat want er werd gewaarschuwd voor het meervoud. De stem had ons allebei aangewezen als potentieel onbetrouwbaar en ons van onze anonieme waardigheid ontdaan. Waren er meer mensen op het station geweest, dan was ‘zakkenroller’ een abstractie gebleven, nu waren de man en ik door een wonderlijke metamorfose dieven geworden.
Die overzichtelijke proefopstelling – twee mannen op een verlaten perron – toonde zo het mechanisme van de angst, de suggestie dat het kwaad altijd onder ons is en op een geschikt moment wacht om toe te slaan. Het is de paranoia die van onschuldige reizigers dieven maakt, van de meeste mannen een potentiële verkrachter en van elke moslim een terrorist.

terug naar Nur Literatur 7 // 13 // 20